Denemarken
Düberenemarken is zowel het kleinste alsook het meest zuidelijke land van Noord-Europa. Het grootste deel van de oppervlakte van het land neemt het aan Sleeswijk-Holstein grenzende schiereiland Jutland in beslag. Het westen van Denemarken grenst aan de Noordzee. Op het grootste eiland, Sjælland (Zeeland), ligt de Deense hoofdstad Kopenhagen. Naast het eigenlijke staatsgebied behoren de in politiek opzicht autonome gebieden Groenland en de Faroer tot het Koninkrijk Denemarken. De huidige Denen stammen af van de Vikingen, evenals de inwoners van Zweden en Noorwegen. Deze trokken vanaf de vijfde eeuw na Chr. Noordwaarts naar Scandinavië en drongen door tot grote delen van West- en Oost-Europa. Denemarken was lange tijd het heersende land in heel Scandinavië. Aan het einde van de 14e eeuw werden Noorwegen, Zweden en IJsland onder de Deense kroon verenigd.
Denemarken wordt bijna geheel ingenomen door laag- en heuvelland. De oppervlakte is op veel plaatsen bedekt met glaciale steenslag, vooral in het heuvelachtige morenelandschap, dat Midden-Jutland doorkruist.
De producten van landbouw en visserij in Denemarken hebben niet alleen een belangrijk aandeel in de export; het zijn tevens belangrijke grondstoffen voor de levensmiddelenindustrie, die op haar beurt weer een belangrijke bedrijfstak vormt. Metaalbewerking, machinebouw (o.a. motoren voor schepen en locomotieven), de productie van meubelen en elektronische apparaten zijn andere sleutelindustrieën in Denemarken; de hiervoor benodigde grondstoffen worden echter voornamelijk geïmporteerd.
Denemarken is ook een van de leidende landen waar het gaat om energiewinning door windenergie, waardoor thans ca. 20% van de behoefte aan elektrische stroom wordt gedekt.
Terwijl het werkloosheidscijfer tijdens de jaren 90 van de vorige eeuw ten dele zeer hoog was, schommelt dit thans rond de 1,6%, en de bevolking verheugt zich over het algemeen in een hoge levensstandaard. Een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid zorgt ervoor dat er van armoede nauwelijks sprake is.
Al jaren zit het toerisme in Denemarken in de lift: in 1999 kwamen er meer dan twee miljoen bezoekers, waarvan de meeste uit de Scandinavische landen Noorwegen en Zweden alsook uit Duitsland.
