Finland
Finland is, afgezien van een smalle Noorse kuststrook, het noordelijkste land van Europa. Met 5,3 miljoen inwoners op een oppervlakte die maar weinig kleiner is dan die van Duitsland, behoort Finland tot de dunst bevolkte landen van Europa. Een groot deel van de bevolking is geconcentreerd in het zuiden van het land met als hoofdstad Helsinki.
Het moderne Finland heeft zijn wortels in de 7e eeuw, toen er stammen vanaf de Wolga het land binnentrokken. Deze verdrongen de Lappen, de aldaar sinds eeuwen gevestigde Aziatische oerbevolking, naar het noorden. Daar wonen thans nog ca. 2.500 Lappen (Fins-Lapland) met een eigen taal en cultuur, en het belangrijkste middel van bestaan is er de veeteelt.
Door het ruige klimaat in de noordelijke gebieden wonen de meeste Finnen in het mildere zuiden. In Lapland verheffen zich bergketens tot meer dan 1.000 meter boven de zeespiegel. Vooral in het zuiden wordt het landschap bepaald door meer dan 60.000 grote en tienduizenden kleinere meren. Dennen-, berken- en sparrenbossen bedekken meer dan de helft van het land. De zomer duurt in Zuid-Finland van eind mei tot midden september, in Lapland begint hij een maand later en eindigt een maand vroeger.
In de gebieden ten noorden van de poolcirkel schijnt in de zomer de middernachtzon, in de winter heerst de poolnacht (kaamos). Ten tijde van de zomerzonnewende wordt het zelfs in het zuiden van het land niet geheel donker (zogenaamde “witte nachten”), in Utsjoki aan de noordpunt van Finland gaat de zon 73 dagen lang helemaal niet onder. In overeenstemming daarmee komt daar in de winter de zon 51 dagen lang geen enkele maal boven de horizon; ook in Zuid-Finland gaat hij op de kortste dag slechts voor zes uren op. Vooral in het noorden verschijnt in de winter het poollicht (noorderlicht).
In Finland is minder dan 50% van de bodem geschikt voor de landbouw. Dat komt door het koel-vochtige klimaat en het gebrek aan voedingsstoffen in de bodem. De verbouw van graan, aardappelen en suikerbieten blijft beperkt tot de weinige sneeuwvrije maanden in de zomer.
Het fundamenteel recht in Finland bepaalt dat onder bepaalde restricties iedereen zich in de natuur vrij mag bewegen. Ook vissen en het zoeken van bessen en paddenstoelen zijn toegestaan. Elanden zijn, ondanks de intensieve jacht erop, zeer talrijk in Finland. Hoewel jaarlijks meer dan een derde van de elanden wordt gedood, blijft het bestand na afloop van het jachtseizoen stabiel met meer dan 100.000 dieren.
Het wegennet in het land omvat in totaal 78.189 km, waarvan slechts 65% verhard. Ook overdag dient men met dimlicht te rijden. ’s Winters zijn winterbanden verplicht; spijkerbanden zijn toegestaan en worden ook veelal gebruikt. Finland behoort bovendien wereldwijd tot de meest geavanceerde informatiemaatschappijen. In de jaren 80 van de vorige eeuw steeg de levensstandaard. Het land kent een gezondheidszorg die effectief door de staat wordt bevorderd, en opleiding en ontwikkeling staan op een zeer hoog niveau.
